Lieve Wilma, alias Dr. Boefzoef

Er zijn veel redenen om geen onderzoek te doen – in de GGZ misschien nog meer dan in andere vakgebieden. Wie heeft zin om data te verzamelen waarvan je van te voren weet dat ze zullen verdwijnen in de polderveldslagen die de onveranderlijkheid van de status quo garanderen? Of die uitsluitend herkauwd zullen worden in een besloten kring van superexperts, die in zelf opgelegde blindheid de grote vraagstukken in zorg en samenleving op een afstand houdt?

Technisch gesproken ben je gepromoveerd in de psychiatrische epidemiologie, in een geneeskundige faculteit. Maar op de een of andere manier klinkt dat raar en kun je je afvragen of dat wel een juiste voorstelling van zaken is. Een betere formulering misschien is dat jij het was die de psychiatrische epidemiologie hebt verleid, met eigengereidheid en eigen wijsheid, geheel volgens het herstelmodel, om een meer verlichte positie in te nemen met betrekking tot hoe die wetenschap zich kan verhouden tot het thema van psychisch lijden. Om dit proces te faciliteren was het nodig dat een en ander weinig lineair verliep over de tijd. Het varieerde van prettige chaos tot volstrekte stilstand tot enorme stroomversnellingen. Ook hielp een zekere mate van neurotische ongerustheid zo niet onzekerheid of alles wel klopte; van deze eigenschappen heb je zeker niet te weinig en dat is fijn, want als je maar lang genoeg doorgaat met checken en nogmaals checken weet je zeker dat alles klopt. Zo simpel is het ook weer.

Tijdens de rit werd je bezocht door een constante stroom life events, worstelingen en verleidingen – dat je die proefschriftstip aan de academische horizon genageld hebt weten te houden is een inspanning waarbij al het andere verbleekt. Het is de ultieme herstelinspanning die je zo ongelofelijk bijzonder maakt. Als mens en collega. Op het gevaar af dat je bescheiden zelf verlegen wordt onder zoveel lofbetuiging zou ik willen zeggen: als lichtend voorbeeld voor de wetenschap die impact wil hebben. Deze vakgroep en dit promotieteam zijn trots dat ze hierbij betrokken mochten zijn.

Je succes in deze onderneming is mede te danken aan een even bewonderenswaardige als effectieve gave: namelijk het vermogen om boos te zijn. Niet de boosheid van de krenking, of die van de frustratie, maar die van het doorleefde onrecht, praten tegen dovemans oren, politieke valkuilen, en niet gereciproceerde urgentie, kortom alles waar je mee te maken krijgt in de gang door de tradities en gebruiken die een zoekende samenleving heeft verzonnen om het psychisch lijden van haar burgers te kanaliseren.

Het is deze unieke woede, meestal op een laag pitje, maar altijd vitaal genoeg om mensen als Hans, Philippe en mijzelf op het rechte pad te houden, die in staat is geweest om de torenhoge temperatuur te genereren die nodig is om de nucleaire fusie tussen ervaringskennis en de wetenschappelijke methode mogelijk te maken, zodanig dat er een uniek nieuw product ontstaat.

Zonder een zekere mate van furie immers loopt de ervaringskennis het risico om toe te geven aan de sirenezang van de Nederlandse polder, het ultieme instrument voor zelf-neutralisatie aan de overlegtafels van de drie- tot vijf-letterige organisaties in de Nederlandse GGZ, waar men ingewikkelde vraagstukken niet zelden tracht te reduceren tot semi-meetbare semi-oplossingen – ik zal geen voorbeelden noemen. Het was heel jammer dat je niet meekon toen we bij de minister waren uitgenodigd, in het kader van de Nieuwe GGZ. Een geringe mate van blootstelling aan jouw woede had de implementatie van de HEE-principes Nederland-breed wellicht aanzienlijk bespoedigd. We moesten het in jouw plaats doen met de opwinding van de formidabele Delespaul, die de minister weliswaar het vuur na aan de schenen legde maar zich toch onvoldoende los kon maken van de barmhartige en voor polderen vatbare Vlaming die hij onderliggend nu eenmaal is.

Een belangrijk gedeelte van je proefschrift is gelukkig verhalend. Zonder het verhaal zou het kwantitatieve gedeelte context- en betekenisloos zijn. De HEE-interventie in het laatste deel kun je zien als de resultante van een persoonlijke en pijnlijke gang door de psychiatrie; een onderzoeksmethodiek die de participerende observatie als het ware opnieuw uitvindt als proefkonijn in de GGZ. We dachten, ietwat naïef, dat een tijdschrift als de Lancet zich meteen zou ontfermen over de bevindingen, maar hierin bleken we toch iets teveel op de toekomst vooruit gelopen te hebben. En eigenlijk onzin ook, want het ‘Psychosis’ van John Read was vanaf het begin om de juiste redenen geïnteresseerd en dat is waar het om gaat. Want de belangrijkste uitkomst van TREE, het randomised controlled trial van de HEE principes, is het proces zelf: dat jij, met de onvoorwaardelijke steun van Lister en Trimbos, en een heleboel mensen die met jou het HEE-denken in Nederland hebben gedissemineerd, het voor elkaar kreeg om Nederland operationeel te infecteren met de herstelgedachte.

Je hebt ook bijgedragen aan een nieuwe tak van ervaringswetenschap, die er om vraagt om verder ruimte te krijgen voor vragen als: Waar in het technocratische geweld van EMDR, DBS, ACT, RACT, ART, HIC en Delta-T zit deze ervaringswetenschap precies? In welke taal emancipeert de ervaringswetenschap zich het beste: RCT of herstelverhaal? Binnen of buiten de GGZ? Is een multideskundige omgeving in de GGZ überhaupt mogelijk, laat staan een multideskundige wetenschap? Hoe ziet die er uit?

Ook voor deze vragen geldt dat de fusietemperaturen die nodig zijn om de zwaar gereguleerde GGZ praktijk te verbinden met de wereld van ervaring, te hoog zijn om in de gebruikelijke polderveldslag tot rendement te komen. Dus waar wij als promotieteam vurig op hopen is dat jouw energie en temperament, die de motor waren onder de HEE beweging en het proefschrift, die fusie mogelijk gaan maken. En hoewel het resultaat van te voren niet helemaal valt te voorspellen, kunnen we er tenminste zeker van zijn dat het de beste toekomst is die de GGZ zich kan wensen, zeker met het nieuwe academische kader dat je hebt geschapen. Het begrip “ex-cathedra” heeft met jouw promotie potentieel een nieuwe betekenis gekregen. Vandaag is een beweging geboren die ook in de wetenschap gelijkwaardigheid tussen ervaringskennis en de traditionele ‘evidence-based practice’ gaat bewerkstelligen. De onafhankelijke User Research beweging, waar jij een prominent lid van bent, vraagt om academisch leiderschap. Dus geen bureaucratische patiëntenpanels als ‘excuus-Truus’ bij ZonMW-aanvragen van de “echte” wetenschappers, maar beurzen voor GGZ gebruikers die vanuit de eigen of collectieve ervaring relevante wetenschappelijke vraagstellingen hebben ontwikkeld, en die willen onderzoeken. Om de eigen vrije wetenschapsruimte te veroveren.

Dus ik zeg: veel te doen, op naar de volgende 20 jaar, verleid ons verder, je weet dat we uiteindelijk zullen volgen. Help ons bij die socratische dialoog tussen wetenschap en ervaring. Ik kijk naar jouw familie en Frank, de enige persoon in Nederland die GGZ-cijfers verzamelt die betekenisvol zijn, en die jouw reis door de wetenschap mede mogelijk heeft gemaakt. Felicitaties en dank zijn op zijn plaats, voor zowel jezelf, als de jouwen – plus Luna. Kortom Wilma, blijf Nederland in eigengereidheid en eigen wijsheid onveilig maken, met trials als het moet, met collectieve ervaringskennis- en kunde als vanzelfsprekend, altijd met impact. Op weg naar de toekomst.

Ik heb gezegd. [Jim van Os]